Naar hoofdinhoudNaar hoofdmenu

Rijksmonument: scheepswrak VAL 1460

Laatst gewijzigd: 10-7-2013

Met ingang van 8 september 2012 kent Lelystad officieel een rijksmonument: een scheepswrak uit 1460 dat onder water ligt voor de kust van Lelystad.

Ontdekking

Tijdens het uitdiepen van de vaargeul Amsterdam-Lemmer (VAL) in het IJsselmeer is op 17 maart 1999 een houten scheepswrak aangetroffen. Het wrak ligt ongeveer ter hoogte van de Maximacentrale, 5 kilometer ten noorden van Lelystad in de noordelijke aanloop naar de Houtribsluizen.

Afgedekt

Na de ontdekking heeft Rijkswaterstaat op advies van de toenmalige Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, nu genaamd Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), besloten de vaargeul om te leggen. Het scheepswrak kon op deze manier worden bewaard en voor bescherming worden voorgedragen. De RCE heeft Rijkswaterstaat verzocht om een grondlaag op de vindplaats aan te brengen, om erosie en schatgraverij te voorkomen. In 2008 zijn de resten daadwerkelijk afgedekt.

Onderzoek

Direct na de ontdekking zijn de geborgen stukken scheepshout door het Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwater Archeologie onderzocht. De details en bevestigingsmiddelen op de aangetroffen fragmenten maakten duidelijk dat het hier een laatmiddeleeuws overnaads (met elkaar overlappende huidplanken) gebouwd vaartuig betrof. Tussen de huidplanken bevond zich mosbreeuwsel, dat gebruikt werd om de naden in de huid te dichten. Dit breeuwsel en enkele aangetroffen aardewerkfragmenten wijzen op een datering van vóór 1500. Na verder onderzoek kwam een datering van rond 1465 en op grond van de constructiekenmerken denken de onderzoekers dat het schip een lengte van circa 20 meter moet hebben gehad. De resten zijn goed geconserveerd, het aangetroffen scheepshout is nog van zeer goede kwaliteit. Doordat het schip altijd onder water heeft gelegen en er nauwelijks dynamiek in het water is zijn de omstandigheden goed. De zuurstofarme omgeving heeft ervoor gezorgd dat ook organische materialen zoals het hout bewaard zijn gebleven. Ook doordat de resten na de ontdekking en het onderzoek weer zijn afgedekt is het fysieke behoud naar de toekomst toe veilig gesteld.

Belangrijke bron van kennis

De gegevens van de inventarisatie wijzen op een goed geconserveerd deel van een vrachtschip uit het derde kwart 15e eeuw. Uit deze periode zijn nauwelijks (delen) van schepen bekend en zeker niet van dit type. In verhouding zijn we over scheepstypen tot 1300 en over die na 1500 redelijk geïnformeerd. Over de tussenliggende periode zijn over overnaads gebouwde schepen wel vermoedens en theorieën, maar weinig daadwerkelijke gegevens. Het scheepswrak bevat, gezien de wel al bekende kenmerken, waarschijnlijk veel nieuwe informatie over de ontwikkeling van de scheepsbouw in deze periode. Het nieuwe rijksmonument heeft daardoor een hoge informatiewaarde. Dit schip is daarmee een belangrijke bron voor kennis over de (inter)nationale scheepvaart geschiedenis en tevens een belangrijk object van erfgoedzorg.

Zuiderzeeafzettingen

Aan het eind van de vroege middeleeuwen nam de invloed van de zee in het toenmalige zoetwater-veengebied (Hollandveen) toe en ontstond de Zuiderzee. De bovenste afzettingen in het huidige IJsselmeer zijn de zogenaamde Zuiderzeeafzettingen. Het scheepswrak bevindt zich grotendeels in deze afzettingen.

Internationale handel

De Zuiderzee vormde vanaf het ontstaan een belangrijk schakel in de internationale handel. Beginnend in de vroege middeleeuwen met de Friese handel, later voor de Hanzesteden aan de IJssel en vanaf de 16e eeuw voor de Hollandse steden aan de Zuiderzee. En natuurlijk de Gouden Eeuw met Amsterdam en in mindere mate Hoorn en Enkhuizen. Ook de visserij is hier altijd belangrijk geweest.

Ontwikkeling scheepsbouw

Vanaf de tweede helft van de 15e eeuw vond waarschijnlijk een sterke ontwikkeling in de Nederlandse scheepsbouw plaats. Dit had vooral betrekking op de overgang van schepen met een overnaadse gebouwde huid naar karveelbouw (aaneensluitende planken huid). Dit vermoeden is gebaseerd op de bekende scheepstypen van voor en na die tijd, die we kennen van scheepsvondsten en iconografie. Scheepsresten uit de periode zelf zijn, ook internationaal, nauwelijks bekend.

(bron: RCE)