Naar hoofdinhoudNaar hoofdmenu

Rekenkamerbrief toegang jeugdzorg

Laatst gewijzigd: 16-10-2019

Sinds 2015 is het de taak van gemeenten om te zorgen voor een samenhangend jeugdzorgaanbod. Tegelijkertijd wordt van gemeenten verwacht zij het gebruik van dure, gespecialiseerde jeugdzorg terugdringen. Het geld dat gemeenten in theorie zo zouden kunnen besparen, heeft het Rijk bij voorbaat ingehouden op het jeugdzorgbudget dat gemeenten krijgen. Dit heeft er in de praktijk toe geleid dat veel gemeenten moeite hebben om de jeugdzorg naar behoren te organiseren. Gemeenteraden worstelen dan ook met de vraag hoe zij kunnen sturen op de instroom naar de jeugdzorg.

Huisartsen grootste verwijzers naar jeugdzorg

De toegang tot jeugdzorg verloopt in de meeste gemeenten via gemeentelijke wijkteams of jeugd- en gezinsteams, waar ouders en jongeren terecht kunnen met problemen rond opvoeden en opgroeien. Er zijn echter ook nog ‘andere verwijzers’ naar jeugdzorg, die niet direct verbonden zijn aan de gemeente. Denk aan huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, rechters en de Raad voor de Kinderbescherming. Vooral huisartsen bepalen in hoge mate de inzet van jeugdzorg. Zij zijn, ook in Lelystad, de grootste verwijzer naar gespecialiseerde jeugdhulpaanbieders. De gemeente heeft hierop in principe heel weinig invloed. Toch is zij verplicht om ook deze dure jeugdhulp te financieren. Dit is het dilemma van veel gemeenten in een notendop.

Invloed van gemeenten op de instroom jeugdzorg

Wettelijk gezien hebben gemeenten een aantal ‘knoppen om aan te draaien’ bij het sturen op de instroom naar jeugdzorg. Ze kunnen bijvoorbeeld bevorderen dat er eerst bij het gemeentelijke loket wordt gezocht naar hulp ‘dichtbij’ (in de eigen sociale omgeving, bij jeugdmaatschappelijk werk, een vrijwilligersorganisatie, de school enzovoort). En ze kunnen preventieve activiteiten inzetten, zodat er minder gebruik gemaakt hoeft te worden van gespecialiseerde jeugdzorg. Sturen op de jeugdhulpverlening na verwijzing door een arts kan de gemeente slechts binnen strenge grenzen. Maar onmogelijk is het niet. Een gemeente kan onder andere:

  • ‘spiegelinformatie’ leveren aan huisartsen over hoe hun doorverwijzingen zich verhouden tot die van andere huisartsen;
  • een praktijkondersteuner Jeugd spreekuur laten houden in de huisartsenpraktijk;
  • met gecontracteerde jeugdhulpaanbieders afspraken maken waaraan zij zich moeten houden bij het kiezen van een behandeling.

Suggesties voor verbeteren sturen op toegang tot jeugdzorg

In de rapporten die de rekenkamer Lelystad heeft bestudeerd staan suggesties waarmee de sturing op de toegang tot de jeugdzorg verder verbeterd zou kunnen worden. Enkele daarvan zijn:

  • Samenwerking met huisartsen bevorderen en waar nodig uitbreiden. Doel hiervan is dat kinderen de juiste hulp krijgen en niet onnodig worden doorverwezen. En ook: dat huisartsen alleen naar gecontracteerde jeugdhulpaanbieders verwijzen.
  • Afspraken maken met zorgaanbieders. Gemeenten kunnen met gecontracteerde jeugdhulp-aanbieders een protocol opstellen dat bepaalt hoe zij na een medische verwijzing vaststellen welke voorziening zij inzetten en wat de aard en omvang daarvan mag zijn.
  • Zichtbaarheid en laagdrempeligheid van gemeentelijke toegang vergroten. De gemeente zou kunnen werken met ‘ambassadeurs’ die de toegang laagdrempeliger maken en diensten kunnen bundelen om inwoners beter van dienst te zijn. De keuze voor het gemeentelijk loket ligt dan sneller voor de hand wanneer er sprake is van een probleem.
  • Sturingsinformatie over toegang tot jeugdzorg verbeteren. Cruciaal is dat beleidsmakers in de gemeente kunnen beschikken over informatie over verwijsstromen, het verband tussen preventieve activiteiten en het beroep op jeugdzorg en over problemen waar inwoners bij het zoeken naar ondersteuning en zorg in de praktijk tegenaan lopen. Een belangrijke mogelijkheid tot verbetering is dan ook het geven van inzicht in en overzicht over het werkveld jeugdzorg, bijvoorbeeld met een voor iedereen toegankelijke zorgkaart.