Naar hoofdinhoudNaar hoofdmenu

HVC: Beperkt zicht bij onvoorziene omstandigheden

Laatst gewijzigd: 22-10-2018

Afvalverwerker HVC is eigendom van 48 gemeenten en 6 waterschappen. Bij de oprichting van HVC in 1991 stond het verbranden van huishoudelijk restafval en restafval van bedrijven centraal. HVC had toen een laag risicoprofiel. Vanuit het verleden is die deelneming van Lelystad in HVC goed te begrijpen. Maar sinds de start van de samenwerking is er veel veranderd in de afspraken, het bedrijf HVC, wet- en regelgeving en de markt waarop HVC opereert. De gemeente Lelystad loopt daardoor nu grote risico’s door haar deelneming in HVC, maar kan nauwelijks sturen op en heeft te weinig zeggenschap over HVC.

De rekenkamer Lelystad heeft in 2013 / 2014, in samenwerking met 17 rekenkamer(commissies) van 19 gemeenten, een gemeenschappelijk onderzoek laten uitvoeren naar de relatie tussen de gemeente als aandeelhouder en de Huisvuilcentrale (HVC). De hoofdconclusie van het onderzoek is, dat het bestuursmodel van HVC functioneert zoals indertijd is afgesproken. Echter, de risico’s die de aandeelhoudende gemeenten lopen staan niet in goede verhouding tot de geringe zeggenschap die zij hebben.

Filmpje onderzoek Rekenkamer HVC

Aanzienlijke risico’s en ongunstige marktomstandigheden

De gemeente Lelystad loopt financiële risico’s over haar inleg in HVC. Ook draagt de gemeente Lelystad, naar omvang van haar aandeel, het volledige ondernemingsrisico. De gemeente staat garant voor de verliezen van HVC én naar rato van haar aandeel voor de betaling van rente en aflossingen van alle leningen die HVC is aangegaan. De gemeente Lelystad is verder verplicht haar verbrandbare afval ter verwerking aan HVC aan te bieden, tegen door HVC vastgestelde tarieven. Maar door die verplichting betaalt de gemeente eigenlijk te veel, want door overcapaciteit liggen de tarieven in de markt voor afvalverbranding lager dan de tarieven die aandeelhoudende gemeenten aan HVC betalen. Daarbij komt dat de marktomstandigheden waaronder HVC opereert niet gunstig zijn. HVC lijdt al jaren verlies. Daarbij komt ook dat aandeelhouders nauwelijks uit HVC kunnen treden.

Aandeelhouders hebben nauwelijks zeggenschap

Ondanks de grote risico’s die de aandeelhoudende gemeenten lopen, hebben zij nauwelijks zeggenschap over de uitvoering en de bedrijfsvoering van HVC. Bovendien is het aandeelhouderschap zo ingewikkeld geworden, dat het veel van de kennis en competenties vraagt van de aandeelhouders. Juist vanwege de complexiteit zou het aandeelhouderschap zoveel mogelijk actief moeten worden ingevuld. Aandeelhouders hebben behoefte aan meer op maat gesneden informatie richting hun gemeenteraden en meer tijd om deze informatie te behandelen en te verwerken. De huidige informatievoorziening is daarvoor echter onvoldoende op maat gesneden.
Door het grote aantal aandeelhouders is de besluitvorming binnen HVC erg versnipperd. Veranderingen komen daardoor moeizaam tot stand. In het besturingsmodel van HVC staan de aandeelhouders op grote afstand van de bedrijfsvoering en activiteiten van HVC. Veel verantwoordelijkheden en bevoegdheden van aandeelhouders zijn vanwege een wettelijke verplichting bij de raad van commissarissen van HVC komen te liggen. Bovendien heeft de directie van HVC veel vrijheid bij de uitvoering van taken en de bedrijfsvoering van de onderneming. De gewenste onafhankelijkheid van de commissarissen en hun lokale binding zijn belangrijke aandachtspunten.

Welke aanbevelingen geeft de rekenkamer voor verbetering?

Aan de hand van dit onderzoek heeft de rekenkamer Lelystad aan de gemeenteraad van Lelystad negen aanbevelingen gedaan op het gebied van strategie en koers, besluitvorming en bevoegdheidsverdeling, rolvervulling, beleid en risico, informatievoorziening, toezicht en interventie. De belangrijkste aanbeveling is dat de raad samen met het college een heroriëntatie verricht naar het strategisch profiel en risicoprofiel van HVC.