Naar hoofdinhoudNaar hoofdmenu

Kansen ZAT voor de jeugd?

Laatst gewijzigd: 12-5-2014

Wanneer jongeren problemen hebben, wordt dat vaak het eerst opgemerkt op school. In de lokale preventieve jeugdzorg neemt de zorgstructuur in het voortgezet onderwijs daarom een centrale plaats in.

Rekenkameronderzoek preventieve jeugdzorg

De rekenkamer Lelystad heeft in 2011 onderzoek gedaan naar de preventieve jeugdzorg. In het  bijzonder is gekeken naar de aansluiting tussen de zorgstructuur op scholen in het voortgezet onderwijs en die van de instellingen voor jeugdhulpverlening.

Conclusie

De conclusie is dat het preventieve jeugdbeleid van de gemeente Lelystad is verbeterd. Het bereik en het resultaat van leerplicht en de regionale meld- en coördinatiefunctie (RMC) kunnen echter nog wel beter. Ook is de afstemming tussen voortgezet onderwijs en instellingen nog niet optimaal. De gemeente Lelystad heeft al een flink aantal maatregelen genomen ter verbetering. De rekenkamer beveelt de gemeenteraad aan goed de vinger aan pols te houden over de effecten van dit beleid. Tot slot is juist nu extra aandacht nodig voor de informatievoorziening van de gemeente, in het bijzonder die van het college aan de raad.

Veel veranderingen

De afgelopen jaren is er veel veranderd op het gebied van zorg voor de jeugd. Voorbeelden hiervan zijn de komst van de Centra voor Jeugd en Gezin en de vorming van de Zorg Advies Teams in het onderwijs. Bovendien staan komende jaren ingrijpende wijzigingen op stapel. Het rijk zal namelijk een flink aantal taken en verantwoordelijkheden op gebied van jeugd overdragen aan de gemeente. Dit biedt kansen, maar houdt ook risico’s in. Want het rijk zal daarbij meteen fors bezuinigen. Sommige inwoners van de stad kunnen door alle ontwikkelingen te maken krijgen met een stapeling van maatregelen, die voor hen nadelig uitwerkt. De effectiviteit van de zorg aan (risico)jongeren kan daardoor in de nabije toekomst onder druk komen te staan. De rekenkamer vind het daarom belangrijk, dat de gemeente haast maakt met de uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport.

Wat gaat goed en wat kan beter?

De gemeente zet niet meer in op doelgroepenbeleid. Het preventieve jeugdbeleid vindt nu zoveel mogelijk plaats via het Centrum voor Jeugd en Gezin. De zorg aan risicoleerlingen wordt daarnaast zo dicht mogelijk bij het reguliere (voortgezet) onderwijs georganiseerd. Dit heeft geleid tot verbetering van de effectiviteit en de efficiëntie van het preventieve jeugdbeleid. De basisinstrumenten voor de zorg aan leerlingen op de VO-scholen zijn in de praktijk redelijk op orde, maar de zorgstructuur moet nog wel verder worden ontwikkeld. Verbeteringen zijn onder meer te halen in de afstemming en terugkoppeling tussen scholen en instellingen. De rekenkamer heeft namelijk ook geconstateerd, dat schoolverzuim en schooluitval hoog zijn in Lelystad. De situatie in Lelystad is wat dat betreft vergelijkbaar met die in de Randstad. Zowel de capaciteit als het bereik en het resultaat van leerplicht en regionaal meld- en coördinatiepunt (RMC) waren voorheen onvoldoende. De gemeente Lelystad heeft daarom het afgelopen jaar een fors aantal maatregelen genomen om dit te verbeteren. De rekenkamer beveelt de raad aan goed in de gaten te houden in welke mate deze maatregelen leiden tot het gewenste bereik en resultaat van leerplicht. Tot slot is de informatievoorziening aan de gemeente gebrekkig. De gemeente Lelystad mist belangrijke informatie over zorg aan jeugdigen, waardoor zij niet goed kan sturen op de gewenste resultaten en effecten. De rekenkamer beveelt de gemeente aan zo snel mogelijk werk te maken van de informatievoorziening voor een beter inzicht in de zorg in Lelystad.