Naar hoofdinhoudNaar hoofdmenu

Meicirculaire nadelig voor jaarrekeningresultaat 2019 en meerjarenperspectief 2020-2023

Geplaatst: 20-6-2019

Op vrijdag 31 mei 2019 is de meicirculaire 2019 gepubliceerd, waarin er een fors aantal wijzigingen worden doorgevoerd. Deze wijzigingen hebben effect op de reeds vastgestelde programmabegroting 2019, het jaarrekeningresultaat en de meerjarenraming 2020 – 2023.

Resultaat meicirculaire

De meicirculaire resulteert in een nadeel van afgerond -€4,2 miljoen in 2019, wat onderdeel zal uitmaken van het jaarrekeningresultaat 2019. Het ingeschatte jaarrekeningresultaat 2019 wordt op dit moment ingeschat op -€2,7 miljoen nadelig. De meicirculaire resulteert daarnaast in een structureel nadeel in het meerjarenperspectief 2020 – 2023 van -€3,3 miljoen in 2020, -€4,0 miljoen in 2021, -€4,1 miljoen in 2022 en structureel -€3,2 miljoen met ingang van 2023. Het financieel perspectief zoals gepresenteerd in de kadernota 2020 – 2023 zal als gevolg van deze informatie neerwaarts worden bijgesteld. Dit zal worden betrokken bij de nog op te stellen programmabegroting 2020 – 2023.

Aanzienlijke verzwaring van de opgaverichting

De doorwerking van deze meicirculaire 2019 zorgt voor een aanzienlijke verzwaring van de opgaverichting de programmabegroting 2020 – 2023. De vastgestelde kadernota 2020 – 2023 eindigde met een structureel tekort van afgerond €4 miljoen, dat met deze informatie uit de meicirculaire 2019 oploopt naar ruim €7 miljoen.

Trap op, trap af methode

In de meicirculaire valt te lezen dat het rijk minder heeft uitgegeven in 2018. Via de verrekening methode 'samen de trap op / samen de trap af' werkt dit door op de algemene uitkering die gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds. Gemeenten moeten met terugwerkende kracht alsnog mee de trap af. De uitkomst van de meicirculaire is ook van toepassing op de meerjarenraming.

Jeugdhulp

Aandachtspunt ligt hier nog bij de Jeugdhulp: het kabinet heeft slechts middelen toegevoegd tot en met jaarschijf 2021 en voor de jaren daarna moet aanvullend onderzoek uitwijzen wat er op structurele basis benodigd is. In de aankomende periode wordt bezien hoe hier in de gemeentebegroting mee omgegaan moet worden.