Direct naar het hoofdmenu
Beslist de gemeente Lelystad niet tijdig over uw aanvraag of bezwaarschrift? Dan kunt u de gemeente daarop aanspreken met de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen.
Heeft u een scootmobiel nodig of hulp bij de huishoudelijke verzorging? Vraagt u een uitkering voor levensonderhoud of bijzondere kosten aan, of wilt u een bezwaarschrift indienen? In al deze gevallen moet u een aanvraag of bezwaarschrift indienen. Als u de aanvraag ingediend heeft, moet u wachten tot er een beslissing genomen is. Die beslissing is belangrijk voor u, dus u wilt zo snel mogelijk weten waar u aan toe bent. Daarom is er de “Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen” van kracht. Deze wet geldt voor de hele overheid (gemeente, provincie, waterschappen en rijksoverheid), en versterkt uw positie in het geval er niet tijdig over uw aanvraag of bezwaarschrift wordt beslist.
Een gemeente die “niet tijdig” beslist, overschrijdt de beslistermijn. Dat kan een wettelijke termijn zijn: soms staat in de wet welke termijn voor een beslissing staat. Bijvoorbeeld bij de Wet werk en bijstand levensonderhoud en bijzondere bijstand is de wettelijke termijn vastgesteld op 8 weken en voor een aanvraag Bbz bij het Zelfstandigenloket op 13 weken.
Als er geen wettelijke termijn is, geldt een redelijke termijn. Wat redelijk is, hangt af van de soort beslissing. Dat kan enkele weken of maanden zijn, maar in sommige gevallen ook een paar dagen. Het uitgangspunt is: niet langer dan nodig is om een goede beslissing te kunnen nemen.
Verstrijkt de wettelijke of de redelijke termijn zonder dat de gemeente beslist over uw aanvraag? Dan stuurt u de afdeling waar u de aanvraag heeft ingediend een brief, waarin u vraagt om een dwangsom. Hiermee stelt u de gemeente “in gebreke”.
De gemeente heeft dan twee weken de tijd om alsnog een beslissing te nemen. Gebeurt dat niet, dan heeft de wet twee gevolgen:
Het is in uw eigen belang en in het algemeen belang dat de gemeente een weloverwogen beslissing neemt over uw aanvraag. Daarom kan het nodig zijn dat de gemeente meer tijd krijgt om te beslissen. In een aantal gevallen kan de gemeente de beslistermijn verlengen. Bijvoorbeeld als de gemeente moet wachten op aanvullende informatie van u of uit het buitenland. Of als de gemeente zoveel informatie van u ontvangt dat een beslissing onmogelijk binnen de beslistermijn genomen kan worden. Het kan ook zijn dat u schriftelijk instemt met de opschorting. In de wet staat ook hoe de gemeente u moet informeren over de opschorting van de beslistermijn.
In stappen ziet de procedure er als volgt uit:
Het bovenstaande geldt ook als u bezwaar maakt tegen een beslissing van de gemeente. Hiervoor geldt een termijn van twaalf weken. Op grond van de wet kan deze termijn met zes weken worden verlengd.
Alle informatie over de wet vindt u ook op de website van de Rijksoverheid.