Direct naar het hoofdmenu
De burgemeester heeft het opperbevel bij rampen en crises. Zij is verantwoordelijk voor het goed laten verlopen van de bestrijding (van de gevolgen) van de ramp.
Afhankelijk van de grootte van de ramp kan de rampbestrijding in een groter verband worden georganiseerd. Dat kan regionaal, provinciaal of zelfs nationaal. Als meer gemeenten, in regionaal, provinciaal of nationaal zijn getroffen en/of meedoen aan de bestrijding, dan blijft elke burgemeester verantwoordelijk voor de rampenbestrijding in de eigen gemeente.
De burgemeester is dus bestuurlijk verantwoordelijk. Zij kan door de gemeenteraad ter verantwoording worden geroepen over de manier waarop leiding is gegeven aan de bestrijding van de ramp. De rampenbestrijdingsorganisatie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het college van burgemeester & wethouders.
De brandweer is de spil in de rampenbestrijding. De brandweercommandant heeft vaak de operationele leiding bij het bestrijden van een ramp. Hij coördineert de werkzaamheden van de hulpverleningsdiensten en houdt het overzicht.
Op het rampterrein is de eerste taak van de brandweer het redden van mensen en dieren. De brandweermensen blussen de branden en meten gelijk mogelijk vrijgekomen gevaarlijke stoffen. Afhankelijk van de uitslag gaat men verder met blussen en nemen van maatregelen om inademen of aanraking met die stoffen te voorkomen. De brandweer zorgt dat het milieu zoveel mogelijk wordt beschermd.
Gemeenten bundelen hun krachten als het gaat om een groot aantal brandweertaken. Ze vormen samen een regionale brandweer en houden één alarmcentrale in stand. De brandweerregio’s besteden veel tijd aan de voorbereiding op inzetten bij rampen en grote ongevallen.
Gewonden van een ramp moeten zo snel mogelijk hulp krijgen. Hoe sneller de hulp, hoe beter de overlevingskansen. De verpleegkundigen van de ambulances verlenen die eerste hulp om de slachtoffers zo stabiel proberen te krijgen. Daarna worden ze naar het ziekenhuis vervoerd. Daarbij kan een traumahelikopter worden ingezet. Een traumacentra is ondergebracht bij een groot ziekenhuis. Voor een optimale kwaliteit van de hulpverlening is de geneeskundige hulpverlening bij een ramp afgestemd op dat van de brandweer en andersom.
De politie zorgt dat de brandweer en de ambulancediensten hun werk kunnen doen. Politiemensen zetten het terrein af en nemen verkeersmaatregelen. Soms wordt er een veiligheidszone ingesteld rond een rampterrein. De politie maakt deel uit van het operationeel team. Gezamenlijk wordt het beleid van rampenbestrijding doorvertaald. Ernstig verminkte slachtoffers worden door het Rampen Identificatie Team geïdentificeerd.
Achter de schermen spelen gemeentelijke diensten een belangrijke rol. Bij ontruiming of evacuatie regelt de gemeente opvang en verzorging, zowel fysiek als geestelijk. Bij (grote aantallen) slachtoffers registreert en verwerkt de gemeente persoonlijke gegevens. Veelal in samenwerking met het Nederlandse Rode Kruis. Tevens brengt de gemeente de (bouwkundige en milieu) schade in beeld en ondersteunt gedupeerden bij de afhandeling van deze schade.
Tot slot initieert en coördineert de gemeente het nazorgtraject na de ramp. Ervaringen met rampen hebben geleerd dat de nazorgfase zich niet alleen beperkt tot de acute crisissituatie.
Afhankelijk van de ramp worden andere instellingen bij de bestrijding betrokken. Zoals Rijkswaterstaat, het Waterschap, de kustwacht of het Rode Kruis.