Direct naar het hoofdmenu
Lelystad is niet alleen een groene maar ook een blauwe stad. Watergangen doorkruisen de stad en de woonwijken. Die watergangen zijn niet alleen aangelegd om de neerslag die in Lelystad valt (toch algauw zo’n 70 cm per jaar!) af te voeren. Water is meer.
Er leven volop planten in en bij het water, vissen en tientallen andere diersoorten hebben het er naar hun zin. Je kunt erin vissen en genieten van de kleine karekiet, die luid zit te zingen in de rietkraag, van libelles die hun eitjes afzetten op de planten in het water en de voorn die tussen de waterplanten vlucht voor een snoekje. Je kunt erin varen en ’s winters zijn ze vaak snel dichtgevroren zodat er geschaatst kan worden. En natuurlijk vinden veel mensen water heel plezierig om naar te kijken. Het geeft rust en ruimte.
Prachtig allemaal, maar dan moeten de watergangen wel in optimale conditie zijn. Voldoende op diepte (1,25 meter) en regelmatig onderhoud is nodig (maaien, verwijderen van waterplanten).
In de Lelystadse watergangen ligt naar schatting zo’n 320.000 m3 bagger en die bagger moet eruit. Begin 2000 heeft de gemeente, in overleg met Waterschap Zuiderzeeland, het Baggerplan opgesteld. In de periode 2002 tot 2014 worden alle Lelystadse watergangen gebaggerd en vanaf 2014 moeten ze weer op diepte zijn zodat ze optimaal hun functies kunnen vervullen.
In eerste instantie zijn er knelpunten zoals (vrijwel) dichtgeslibde watergangen en bijna afgesloten duikers aangepakt. Daardoor werd niet alleen de waterafvoer bemoeilijkt, maar ook het leven van planten en dieren kwam in gevaar. Inmiddels wordt er jaarlijks zo’n 30.000 m3 slib per jaar verwijderd.
Met een duwboot wordt de bagger opgeduwd, in een vrachtwagen geladen en afgevoerd. Sinds dit jaar gaat dat naar de Cementhaven op bedrijventerrein Oostervaart. Per schip wordt de bagger naar de Vaartplas van Staatsbosbeheer gebracht, waar het gestort wordt. De Vaartplas is een zuigput die 30 meter diep is. Door die diepte is de plas nauwelijks interessant voor planten en dieren. Zo valt er voor plantengroei geen licht op de bodem. Door de plas te ‘verondiepen’, wordt de Vaartplas na 2014 een waardevol ecologisch element en onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur.
In watergangen groeien planten en leven dieren. Als die doodgaan, verteren ze. De resten blijven op de bodem achter. Veel neerslag, die op de Lelystadse verharding valt, komt via de putten in de straat, rechtstreeks in de watergangen terecht en met die neerslag ook zand, modderdeeltjes en straatvuil. Die deeltjes zetten zich af op de bodem. Als je dat proces zijn gang laat gaan komt er op zo’n manier gemiddeld 2 centimeter bagger per jaar bij.
Baggeren mag niet het hele jaar. De Flora- en Faunawet stelt strenge regels ter bescherming van planten en dieren. In Lelystad wordt gebaggerd in de periode september – februari. In maart begint het nieuwe broedseizoen.
In theorie is het slib zo schoon dat het direct naast de watergangen verwerkt mag worden. In Lelystad gaat het dus naar de Vaartplas.
Zorgen voor schoon, recreatief en visueel aantrekkelijk water waar dieren en planten het naar hun zin hebben. De gemeente zorgt er voor!