Direct naar het hoofdmenu
Antonius de Knegt: “Ik ben blij met de eer stadsdichter te zijn. Het was een echte wedstrijd met een afvalronde en een eindopdracht die ook nog als voordracht beoordeeld moest worden. Ik heb het uiteindelijk met mijn eigen inspanning verdiend en dat is mooi.
Een groot schrijver – Oscar Wilde – heeft eens gezegd dat alle kunst zinloos is. Dat geldt natuurlijk in bijzonder mate voor de dichtkunst, maar dat neemt niet weg dat ik toch blij ben dat de jury en het publiek mijn gedicht het mooist vond. Maar goed, het is nog maar het begin pas aan het einde van mijn periode als stadsdichter kan je zeggen of het mooie poëzie heeft opgeleverd.”
Nog even
Ik luister naar de Hanzelijn die er nog niet is.
De toekomst is een trein die er aankomt:
rails na rails,
wagon na wagon:
Een cirkel die sluit.
Ik hoor de drommen uit Zwolle op het perron
met zware voeten stampen op het beton,
de groeten uit Dronten, de geliefden uit Kampen.
Voetbalfans zingen mee in de trein
Groningen -Amsterdam
die wordt belegerd op spoor twee.
Ik hoor de bus van en naar Bataviastad:
Het geld is op, de tassen vol. Aan de jassen
van de dagjesmensen hangen moe de kinderen.
Nog even. De tijd duwt de dag naar de stad
die wacht op de dag dat de Hanzelijn komt.
De dag dat de Hanzelijn komt naar Lelystad
verstomt de toekomst in het heden,
verandert
Lelystad van eindpunt in tussenstop.
De cirkel is rond:
komen en gaan
overal vandaan.
Lelystad kan met de Hanzelijn alle kanten op